… EN WAT IK DESTIJDS OOK HAD WILLEN WETEN

Ik ben gepromoveerd op een natuurwetenschappelijk onderwerp. Het onderzoek lag me goed. Toch raakte ik halverwege steeds minder gemotiveerd en heb ik het vooral op basis van externe motivatie moeten afronden. Terwijl ik zo gedreven en ambitieus begon. Wie mij kent, ziet in mij wel een onderzoekende intellectueel. Toch heb ik er uiteindelijk voor gekozen om de academische wereld te verlaten als onderzoeker.

Voorkomen is beter dan genezen, dus hieronder een aantal tips om rekening mee te houden. Niet alle aangehaalde punten hebben voor mij negatieve consequenties gehad of zullen dat voor jou hebben. Wel ken ik de patronen. Ik heb veel gezien, veel gehoord en veel gelezen.

1. Schrijven, schrijven, schrijven … en dan: schaven, schaven, schaven

Al op jonge leeftijd was ik dol op schrijven, nadat ik buitengewoon vroeg had leren lezen. Dan zou je denken: de academische wereld is ideaal. Lekker veel artikelen schrijven en publiceren. Wat ik tegenkwam en had moeten weten: het chronische perfectionisme. De nuances moeten exact goed liggen. En dat is heel begrijpelijk: je wilt immers met je manuscript de juiste boodschap overbrengen. Dat was ook niet zozeer een probleem.

Het reviseren van manuscripten kost al gauw te veel tijd, doordat verschillende co-auteurs, supervisors en professors nogal eens een andere richting op willen met dat reviseren. Daar sta je dan tussenin, maar uiteindelijk ben jij degene die de knoop doorhakt. Sta stevig in je schoenen: het manuscript is vaak al enkele rondes eerder meer dan goed genoeg om in te dienen bij een vakblad. Daarna volgen er toch nog commentaren van reviewers.

Zelfs wanneer het artikel uiteindelijk is gepubliceerd, is het niet perfect. Er zijn continu nieuwe wetenschappelijke inzichten. De wetenschap is nooit af. Elk manuscript zet weer een stap in het beter begrijpen van de wereld, van welk aspect dan ook. Als je het in dat perspectief plaatst, zie je dat het eindeloze gladschaven overbodig is.

2. Harde en zachte deadlines

Er zijn enkele harde deadlines in de wetenschap. Conference talks worden steeds tot op het kwartier af gepland in programmaboekjes. Voor conferenties moet je ook tijdig je abstract indienen. Beursaanvragen moeten af op de deadline.

Maar wanneer dien je een manuscript precies in? Wanneer rond je de peer-review van andermans manuscript af? Hoewel je deze activiteiten goed moet plannen, zodat ze niet versloppen, is de deadline niet keihard. Het is niet zo erg als je eens een wat minder productieve dag hebt. Dan neem je wat rust of verricht je andere activiteiten. Om het werk met de “deadline” de volgende dag of week weer op te pikken. Hierbij is het soms makkelijk om je op te laten jagen door anderen. Ken je grenzen en wees er helder over.

3. Meetings … en andere prioriteiten

Er zijn vaak vaste meetings, bijvoorbeeld van de onderzoeksgroep, van het lab, van de journalclub van de afdeling, voor de PhDs of voor de PostDocs. Daarnaast zijn er meetings van de kamerversieringscommissie, de robotbouwclub of andere geinige initiatieven. Je kan jezelf hier eenvoudig in verliezen. Vaste meetings zijn lang niet altijd productief en vaak is er simpelweg niet zo veel te melden. Dan “zit” je dus letterlijk in een vergadering. Ook zijn ze vaak buitenproportioneel gericht op problemen oplossen en dat kan demotiverend werken.

Onder academici zijn veel introverte personen. Het brainwriting is nog niet echt doorgedrongen tot de wetenschappelijke wereld, dus wordt er ouderwets gebrainstormd, waarbij ongeveer drie van de tien aanwezigen daadwerkelijk voldoende aan het woord zijn (of de hele tijd). Dat gebeurt vaak onbewust. Soms heb je natuurlijk verschijningsplicht, terwijl je weet dat een bepaalde meeting je weinig oplevert.

Als je echt geen zin hebt: blijf nuchter, bewaak je grenzen en stel prioriteiten, laat je niet van de wijs brengen en doe soms een beetje diplomatiek om de goodwill van mensen niet aan te tasten. Sterker nog: maak zelf een afspraak met een helder doel en met de daarvoor relevante personen, wanneer deze afspraak nodig is voor je voortgang. Dan kom je bovendien over als pro-actief.

4. Sociale activiteiten en vrije tijd

Sociale activiteiten op de universiteit doen de grens tussen werk en privé vervagen. Ga bij jezelf na in hoeverre je dit wilt scheiden. Je bent niet langer student, maar hebt een betaalde baan. Wil je de vibe van het studentenleven laten voortleven, of hechtte je daar nooit zo veel aan?

Vrije tijd is vaak schaars in de wetenschap. Hoeveel van je vrije tijd wijd je aan dergelijke activiteiten? Voelen deze onvrij of als een extensie van werktijd? Wat voelt goed? En zijn je vrienden ook louter academici, of begeven zij zich ook in andere omgevingen? Ga hier bij jezelf na in hoeverre het academische leven voor jou je hele leven vormt.

5. Roeping?

Er wordt wel eens gezegd dat het wetenschappelijke werk je roeping en passie moet zijn. Vraag jezelf af of dat wel zo is. Het risico is namelijk dat het einde zoek is en je finaal overwerkt raakt. Wetenschap is werk, heel veel werk. Het is een baan. Het is makkelijk om passies uit te buiten. Helaas heb je ook mensen die dat aanvoelen en misbruiken.

6. Werk wijs samen

Gezellig, zo een club met allemaal slimmerds. Maar slim zijn is geen synoniem van wijsheid. Wees dan ook verstandig in je samenwerkingen. Welke andere onderzoekers werken aan boeiende projecten? En welke anderen zijn bovendien inspirerend en voorzien van een prettig en open karakter? Het tonen van de kennis die men allemaal heeft staat daaraan niet gelijk, want dat heeft weinig te maken met leren en inspireren.

Ken ook de politieke verhoudingen tussen je eigen onderzoeksgroep en onderzoeksgroepen wereldwijd die aan vergelijkbare of verwante onderwerpen werken.

7. Vind een mentor

Je supervisor of professor is misschien niet echt een mentor als het gaat over iets anders dan de wetenschappelijke prestatie. Misschien heeft diegene geen oog voor wanneer je wel genoeg belast bent. Of slaat diegene geen acht op het feit dat je nog een “buitenwetenschappelijk” leven hebt. Vind die mentor, binnen of buiten je afdeling, binnen of buiten de wetenschap, of bezoek af en toe een coach. Zorg dat je het gevoel behoudt dat je er mag zijn en dat je een bijdrage levert aan de wetenschap, hoe klein deze soms ook lijkt.

8. Laat je impostor thuis

Andermans succes is niet dat van jou. In de academische wereld worden mensen afgerekend op individuele prestaties. Trek je niet op aan, maar vooral, haal jezelf niet neer met andermans succes. Waar werk je zelf aan? Dat is bijzonder. Erken daarbij je eigen talenten. Je bent echt niet per ongeluk in een onderzoekspositie terechtgekomen.

9. Wees geen hufter

Er is doorgaans geen grondige of gecentraliseerde aanpak van wangedrag in de academische wereld, zoals pesterijen of seksisme. We zijn ons steeds meer bewust van fraude en andere wanpraktijken als het gaat om het inhoudelijke, wetenschappelijke werk. Maar tegen academische hufters wordt nog weinig gedaan.

Het simpelweg elimineren van figuren hoger in de hiërarchie doet een hele onderzoeksgroep instorten. Deze motivatie heeft nogal eens de overhand. Zit niet stil voordat het zo ver is dat er een daadwerkelijke kentering in gaat plaatsvinden. Loopt er een notoire ellebogenwerker rond op de afdeling? Zorg voor een netwerk van mensen die zich daarvan bewust zijn. Samen kan je meer. Misschien kan je samen wel de toevoer van nieuwe studenten afremmen.

Doe ook navraag over het sociale aspect bij mogelijk toekomstige collega’s wanneer je zelf op zoek bent naar een PhD of PostDoc positie.

En voor jezelf: je weet hoe je behandeld wenst te worden; behandel anderen ook zo. Word geen hufter om jezelf maar te handhaven in de academische wereld.

10. Highest integrity, highest rank?

Vergeet het maar. De wetenschap is geen meritocratie. Ga bij elke vervolgstap die je zet na of de omgeving nog wel bij jou en je waarden past. De retentie van academici in hogere echelons is niet geheel gelijkwaardig verdeeld op het vlak van (persoonlijke) eigenschappen.

In de wetenschap mag je toch een creatieve pionier zijn? Vaak nog onvoldoende. Zeker onderaan de piramide ben je erg afhankelijk van sturing vanuit de onderzoeksgroep. De wetenschap verliest talenten doordat er vaak onvoldoende ruimte is voor creatief pionieren. Ook over hoogbegaafdheid heersen veel stereotypen, terwijl je dat misschien niet zo verwacht in de academische wereld, omdat het daar vaker voorkomt dan in de algemene populatie.

11. De ultieme plek voor intellectuelen?

Wel eens van jobcrafting gehoord? Of andere inspirerende omgevingen buiten de wetenschappelijke wereld afgetast? Wees je ervan bewust dat een heel groot deel van het intellectuele imago van de academische wereld een droom is die voortkomt uit haar exclusiviteit. Een droom die zich uit in opmerkelijke tradities zoals de dies of het ceremoniële aspect van de promotie.

Je kunt ook intellectueel zijn buiten de wetenschap. Je kunt ook wetenschappelijk zijn buiten de academische wereld. Evalueer nog eens je doelen, waarden en interesses.

12. Zorg voor jezelf

Er is niemand die voor jou bepaalt wat je met je gezondheid aankan. Er is niemand die een eventuele overwerktheid mag ontkennen als het zo ver heeft moeten komen. Niemand heeft het recht om zomaar even over je verdriet heen te stappen in het geval van een persoonlijk verlies. Het leven leeft door en er overkomt je wel eens wat. Wees daar duidelijk in voor jezelf en voor anderen.

Bouw ook geen reservoir van vakantiedagen op die je nooit opneemt. Je hebt recht op vakantie en rust. Anders kan je straks niks meer.

Werk met mij

Vond je het fijn om dit artikel te lezen? Vergeet het dan niet te delen en schrijf je hieronder in voor toekomstige updates!