NOU, IK KOM EVEN UIT DE KAST HOOR

Zo, in your face. En, is de ander al onder de indruk van je capaciteiten?

Je hebt daarnet tegen iemand gezegd dat je hoogbegaafd bent. Maar nu besef je dat je dat niet zo handig hebt aangepakt. Of je bent juist en plein public uit die zogenaamde kast gesleurd. Of je onderzoekt nog hoe, waar en wanneer.

Je zou het liefst overal je hoogbegaafde zelf mogen zijn. Maar zo zit de wereld vooralsnog niet in elkaar. Wanneer ben je hoogbegaafd, wanneer anders bedraad en wanneer bespaar je jezelf beter deze moeite om het ter sprake te brengen?

Op het podium nog wel, tegen wil en dank, met alle spotlights op mij gericht..

In 2016 werd ik genomineerd voor de Mensa Fonds Awards, onder andere omdat ik me als oprichter en voorzitter van Stichting Hoogbegaafd! al een aantal jaar inzette voor hoogbegaafden. Dat was voor mij, na veel twijfel, de aanleiding om deze activiteiten op LinkedIn te zetten. Ik vinkte de optie “notificeer alle contacten van deze functieverandering” uit, maar het stond toen toch maar mooi even op mijn profiel.

Op dat moment bevond ik me nog in een wetenschappelijke onderzoekspositie. Ik werd gevraagd om een populairwetenschappelijke lezing te geven. Als academicus met het einde van haar carrière als wetenschapper bij een instituut vrijwel helemaal helder in zicht greep ik die kans.

Ik kon hier vrijuit over mijn onderzoek vertellen, zonder communicatieafdeling die mijn onderzoek niet spectaculair genoeg vond om het als sappige storyline naar de pers te sturen, hoewel het inmiddels een hot topic is. Ik vind het best spectaculair dat naar schatting slechts drie procent van alle soorten in de oceaan ook echt als soort beschreven is. Maar helaas heb ik geen raket gebouwd, geen prehistorische dieren tot leven gewekt en geen nieuw medicijn ontwikkeld om ernstige ziektes te genezen. En helaas is mijn onderzoek niet in Science gepubliceerd. Je kunt overigens nog steeds mijn proefschrift bij me bestellen, gesigneerd nog wel.

De academische wereld wist nog niet half dat ik nog een storyline in petto had: mijn hoogbegaafdheid. Maar anders dan dat dit een sappig en spectaculair ontdekkingsverhaal zou worden – “Hoogbegaafde ontdekt in de wetenschap”, “Einstein’s erfenis: relativerende hoogbegaafde vervormt voor het eerst ruimtetijd”, “The Michelangelo returns to modern-day academia”, “Hoogbegaafd specimen voor het eerst succesvol gecultiveerd in laboratoriumomgeving”, “Kind van aan twee kanten hoogbegaafde familie wint jackpot van extreme begaafdheid” of “Hoogbegaafde, verveeld in de wetenschap, zoekt vak dat niet gaat vervelen” – blokkeerde mijn innerlijke communicatieafdeling. Ik wist niet goed hoe, waar, wanneer, waarom, dus zweeg ik. Zelfs toen ik me als in een soort parallel leven al jaren inzette voor Stichting Hoogbegaafd! En ja, ik was destijds bang dat deze activiteiten ontdekt zouden worden.

Tja, natuurlijk is me dit stukje “anders-zijn” ten deel gevallen. Maar toen de dagvoorzitter als aankondiging van mijn lezing zo ongeveer mijn hele LinkedIn-profiel voorlas, schrok ik me wild. Op dat moment werd ik uit de kast gesleurd, pontificaal op de populair-wetenschappelijke bühne. Oeps. Ik heb er maar niks meer over gezegd.

Juist in de academische wereld is hoogbegaafdheid over het algemeen nog taboe. Ik zie er niet bepaald uit als Einstein, het heersende stereotype van de hoogbegaafde in de academische wereld. Ook hield ik me in mijn onderzoek niet bezig met de relativiteitstheorie, al volgde ik tijdens mijn universitaire studie wel bijvakken sterrenkunde en relativiteit en relativeer ik zo af en toe best aardig. Natuurlijk ben ik ook nooit aangenomen om een beetje hoogbegaafd te gaan zitten zijn.

Dus wanneer is hoogbegaafdheid bespreekbaar en wanneer niet?

Het is niet zo zwart-wit, maar je kunt het handigst zelf aanvoelen wanneer je in de positie bent om je hoogbegaafdheid bespreekbaar te maken. Allereerst kan je zelf zorgen dat je voldoende mensen om je heen hebt met wie je dat zeker kunt bespreken. Je kunt bijvoorbeeld eens een balletje opgooien in mijn Facebookgroep voor hoogbegaafden. Logischerwijs heerst daar absoluut geen taboe. Tegen goede vrienden zou je het ook gewoon over je hoogbegaafdheid moeten kunnen hebben. Hoogbegaafdheid zit immers in alles van jou: hoe je waarneemt, hoe je deze informatie vervolgens verwerkt en hoe je jezelf uit. Doen je vrienden vervolgens raar? Niet zo best als je het mij vraagt. Natuurlijk moet het ook richting je partner allerminst een taboe zijn. Blijf er in elk geval niet volledig eenzaam in.

Familiebanden en -situaties zijn enorm divers. Juist hier geldt ook de vraag: voelt het goed om het te bespreken? Zijn de banden wel gezond of beperken ze zich tot oppervlakkigheden? Misschien zal het je erg raken als je vraag om erkenning van dit essentiële deel van jou verkeerd uitpakt. Dus hier kan je jezelf ook afvragen: is het relevant? Waarom moet je familie dat weten? Heeft je familie niet ook al door dat je hoogbegaafd bent, ook al hebben ze dat misschien nooit uitgesproken? Gek genoeg kan het taboe des te groter zijn als je niet de enige hoogbegaafde bent in de familie, terwijl andere familieleden zich verder niet van hun begaafdheid bewust zijn. In dat geval valt het niet altijd zo op hoe anders je bent. Is je familieband toxisch te noemen? Heb het er dan maar niet over, want dan is de kans aanzienlijk dat het als ammunitie tegen jou wordt gebruikt.

Ook op je werk kan je jezelf afvragen of het wel relevant is om je hoogbegaafdheid kenbaar te maken. Je bent immers aangenomen om bepaalde taken te verrichten met gemeenschappelijke doelen. Maar je kan je snel gaan vervelen als je lang in dezelfde functie werkt, en daaraan ligt je begaafdheid ten grondslag. Heb je een prettige werkgever en bestaat er veel openheid? Dan kan je overwegen om stukje bij beetje je hoogbegaafdheid ter sprake te brengen. Helaas wordt hoogbegaafdheid vaak nog gehoord als “ik ben beter, want hoger”, en dan kan het enorm helpen om het wat anders te verwoorden. “Ik ben anders bedraad, en daarom ben ik extra gevoelig voor geluid, beredeneer ik mijn handelingen wat anders, en vind ik het fijn om wat vaker zelfstandig aan projecten te werken.” Natuurlijk is dit geen slogan die voor alle hoogbegaafden geldt. Niet iedereen hoeft immers vaker alleen te werken, maar je begrijpt het idee.

Waak er verder voor dat er geen situatie ontstaat waarin mensen je diep fascinerend gaan vinden, als een interessant studieobject, en je dan ineens heel anders gaan behandelen. Dit kan bevreemdend werken en exclusie in de hand werken. Vertaal je hoogbegaafdheid ook met de juiste nuance en kom niet met een stereotype op de proppen onder het mom van (overmatige) versimpeling. Verspreid geen onzin, want er zijn genoeg (zelf-)stereotypen over hoogbegaafdheid in de omloop. Je doet jezelf alleen maar tekort als je het in zo een stereotype vertaalt. Gebruik in plaats daarvan voorbeelden uit je leven: wat doet het met jou?

Je hoogbegaafdheid bespreekbaar maken: een checklist

  1. Voelt het goed om over je hoogbegaafdheid te beginnen? Dit is de instinctieve vraag: heb je een veilig gevoel in de omgeving en vertrouw je degene aan wie je het zou willen vertellen?
  2. Is de timing om over je hoogbegaafdheid te beginnen gunstig? Of komt deze aankondiging een beetje uit de lucht vallen?
  3. Is het gezien het doel van je werkzaamheden en de optimale uitvoer daarvan relevant om over je hoogbegaafdheid te beginnen? Is er een reden te bedenken om hier vroeg of laat toch over te beginnen?
  4. Kan je het woord “hoogbegaafd” gebruiken of verwoord je het wat anders (“anders bedraad”), of gebruik je een fenomeen met overlappende karakteristieken (“hoogsensitief”, “introvert”, “extravert”)?
  5. Gebruik je wel de juiste nuance en voorkom je bevestiging van stereotypes?

Proost op jou! Weet je niet goed hoe je hoogbegaafdheid bespreekbaar maakt en of het wel nodig is? Aarzel niet en neem vooral contact op!

Werk met mij

Vond je het fijn om dit artikel te lezen? Vergeet het dan niet te delen en schrijf je hieronder in voor toekomstige updates!