Onlangs ben ik teruggekomen van weer een verblijf in het oosten, waar ik drie weken lang heb gewerkt en gewoond en de dieren heb verzorgd. Nam ik daar het noodzakelijke mee, zit ik hier tussen heel veel spullen.

Ik heb te veel spullen. Het is niet zo dat het bij mij een chaos is. Dat nooit meer. Ik weet nog wel toen het een chaos was in mijn zelfstandige studentenwoning als tweedejaars. Powerpointsheets over de vloer verspreid volgens mijn eigen logica, bij het zeldzame bezoek snel op stapeltjes gelegd, een verwijtende moeder, te weinig kasten, geen geld voor een extra kast. Toch voelde ik me al vrijer dan ooit. Ik woonde en bleef door velen toch ongezien en onbegrepen.

Ik ruim over het algemeen behoorlijk goed op en alles heeft zijn plekje. De gedroogde was kan ik snel opruimen en er zijn meer dan genoeg boekenplanken. Ruimtegebrek is in mijn huis geen probleem.

Ik heb eerder in mijn zelfstandige leven spullen weggegeven. Gratis, want niemand wilde betalen. Te veel mensen willen voor een dubbeltje op de eerste rij zitten er er ook nog winst op maken. Dus mijn gratis spullen zijn ook doorverkocht, te klein geworden kleding bijvoorbeeld. Je hebt zogenaamd een uitkering, ja ja. Sinds wanneer is dat een vrijbrief om overal maar mee weg te komen? Ik ben hier tegenwoordig extra oplettend in om misbruik van wat ik persoonlijk waardevol vind te voorkomen.

Ik weet niet wat te doen met het teveel aan spullen. Niemand lijkt er voor te willen betalen. Ik begrijp dat het leven niet goedkoop is, maar ik ga niet in de plaatsvervangende uitverkoop. Privé niet en zakelijk niet.

Ik zoek wel iemand die mijn spullen liefdevol zal gebruiken en een tweede, derde, vierde of vijfde leven kan geven. Maar hoe win ik het vertrouwen? Door beter naar mezelf te luisteren. Ik heb oud textiel om mee te knutselen, oude magazines voor inspiratie en cultureel besef, boeken voor spanning, kleding voor wie dat nodig heeft en kopjes en bordjes voor een fijne maaltijd.

Maar laat me niet altijd de sterkere hoeven zijn. “Giving the shirt off my back.” Nee, dat kan ik niet altijd. Niet langer. Ik verdien beter. Ik ben iemand. Niet iets dat je even gebruikt en dan weggooit omdat het niet meer nodig is. Iemand. Geen permanente paspop, steunpilaar, onuitputtelijke bron van jouw energie, vinger-dus-hele-hand-gever.

Ik hoop dat je me begrijpt. En alleen dan wil ik wel voor je kijken of ik nog iets voor je heb.

Ontdek de voordelen van onbeperkte toegang >