Als kleuter had ik een leuke oppas: Jovita. Een Indonesische dame van toen al rond de vijftig. Ze droeg vaak een mantelpak in het rood of een andere aanwezige kleur. Het jasje had schouderpads en was voorzien van een broche. Daarbij droeg ze lage hakken, knopoorbellen en een keurige handtas.

We speelden groente-en-fruit-memory en vier op een rij – die klassieke met gele en rode muntjes in een blauw rek, we damden en gingen naar de kinderboerderij. Ik mocht mijn intense fantasie de vrije loop laten en vragen stellen over van alles en nog wat, zoals dat in mijn persoonlijkheid verweven lag wanneer ik niet steeds werd gecorrigeerd en gestraft.

Jovita werd van mijn vragen en fantasie weer een beetje kinds en ik een beetje volwassenen – het liep allemaal door elkaar en het mocht zo zijn.

De oude kat mocht niet op haar schoot zitten en geen haren achterlaten op haar rok, maar ze raakte enthousiast van mijn enthousiasme over het beest, het knuffeldier tegen wie ik praatte als ik alleen was, als ik verdriet had en bij niemand anders veilig terecht kon.

Mijn verjaardagen waren een waas van geroezemoes, cadeaus en gebak dat ik zelf niet at. Ik wilde zoutjes. Ik had geen invloed op de planning, de versnaperingen en wie erbij waren. Maar Jovita was er ook steeds. Met haar geklets en vertrouwde grijns was zij ironisch genoeg voor mij een rustpunt.

Het was steeds een volwassenenfeest, altijd los van mijn kinderpartijtje georganiseerd. Ik was zelfs op mijn eigen partijtjes de stilste, overweldigd door alle spelletjes met zo veel kinderen die soms kantjeboord met mij konden omgaan.

Later besefte ik me dat dit voor veel volwassenen niet anders was: ze konden kantjeboord tot helemaal niet met mij omgaan. Ik deed op al mijn verjaardagen maar wat, of ik nou met kinderen of met volwassenen was, meestal overweldigd door al die indrukken. Hoe anders was dat als Jovita kwam oppassen.

Toen kwam het jaar dat Jovita verdween van mijn verjaardag. Ik kon inmiddels alleen thuis zijn, maar zij kwam nog altijd op mijn verjaardagen. Ik vroeg me af waar ze was, maar ik hoorde van mijn moeder alleen:

“Jovita, die zeurkous, klaagde altijd zo veel. Ze kon alleen maar klagen.”

Het is me nooit duidelijk geworden wat hier allemaal achter zat, dus ik tastte vanaf dat moment in het duister. Heel even deed ik dat openlijk, want er moest zo snel mogelijk zand over. Mijn gevoelens en gedachten mochten er niet zijn.

Ze bleef in mijn gedachten, deze dame die als oppas weer een beetje kinds werd en mij een beetje wijsheid had gegeven. Uit het zicht is voor mij niet uit het hart, zoals dat bij mijn moeder wel zo is en wat ik nooit heb begrepen.

De Tipp-Ex ging over Jovita’s naam, adres en telefoonnummer in het telefoonboekje heen. Zo was er weer een vakje vrij in het I-J-gedeelte van het boekje, een geval met afgesleten letterhoekjes, een mozaïek van verwijderde en gecorrigeerde adressen.

Zonder mogelijk nog kloppende contactgegevens zocht ik laatst op Facebook. Ik vond haar profiel. Inmiddels was Jovita veel grijzer, maar haar grijns was nog altijd hetzelfde. De foto was ook alweer bijna tien jaar geleden geplaatst.

Ik stuurde haar een vriendschapsverzoek met een bericht. Het zou goed kunnen dat ze haar Facebookprofiel helemaal niet meer gebruikt. Ik heb nog niks teruggehoord.

Ben ik te laat? Ik speel memory.

Ontdek de voordelen van onbeperkte toegang >