Ik ben alweer twee jaar geleden gepromoveerd. Ik heb nog altijd geen spijt van het verlaten van de academische wereld.

Het loskomen ervan (ontsnappen uit het gravitatieveld) was niet makkelijk en heeft veel hersteltijd gevergd.

Het gaat nu stukken beter met me en ik kan nu steeds meer zijn wie ik altijd al ben geweest. Een nieuwsgierig, creatief persoon.

Maar toch lijkt ik het veel minder makkelijk los te kunnen laten dan anderen die zich teleurgesteld uit de wetenschap hebben terugtrokken. Zo blijkt maar weer uit het tragikomische, op een vreemde manier vermakelijke en in sommige opzichten herkenbare boek uit het quitlit-genre* dat ik gedurende de afgelopen drie dagen via Spotify heb beluisterd. In mijn geval waren de waarschuwingssignalen veel subtieler, er gaandeweg in sluipend.

Duurt het voor mij extra lang omdat ik me des te meer heb verbonden aan de academische wereld, waardoor het ontgiftigen meer stappen vergt?

Ben ik als sensorische spons zo verzadigd geraakt dat alle signalen van onrecht ook nu nog uit mijn poriën sijpelen, met een gevoel van gemis om wat nooit kon zijn?

Wil ik maar niet begrijpen dat iemand met mijn combinatie van intensiteit, sensitiviteit en intelligentie doorgaans niks te zoeken heeft in het huidige wetenschappelijke bestel, waar men je afrekent op aantallen publicaties, binnengehaalde prestatiebeurzen, het halen van Nature of Science met sensationele spektakelwetenschap en zo nog wel meer prestaties, in combinatie met of je met de juiste bigshots omgaat?

Voel ik me nog beklemd doordat het makkelijk is om te denken dat de wetenschap de ultieme ruimte is voor verwondering, diepgang, verbreding en intellectueel discours, terwijl dit niet strookt met de overwerkte, strak omkaderde werkelijkheid in het decor van een slechte soap?

De wetenschap is belangrijk, maar zou nog zo veel meer doorbraken kunnen realiseren dan in de huidige inrichting en het huidige klimaat.

De verandering duurt eeuwig, over welke veranderingen bestaat geen consensus, de debatten schrapen aan het oppervlak, maar bereiken niet het onderliggende reservoir van voornamelijk jonge onderzoekers die volledig van hun supervisor afhankelijk zijn – in elk geval kan het onderdeel ‘debat en discours’ zo worden afgevinkt en op het CV worden geplaatst, en wat is mentaal welzijn ook alweer, daar hebben we toch de psychotherapeuten en in ergere gevallen de psychiaters voor?

Misschien is mijn grootste doorbraak wel die van het contact. De doorlopende vragen na mijn geëindigde contract blijven onbeantwoord. In plaats daarvan probeer ik de vragen te beantwoorden die me terugbrengen tot mijn essentie. En me te realiseren dat er in twee jaar tijd veel is veranderd.

Het belangrijkste is dat ik de regie over mijn leven aan het terugkrijgen ben. Die is inmiddels met camera’s en al beveiligd tegen diefstal.

* Quitlit is een heus genre van artikelen en boeken die in welke hoedanigheid dan ook gaan over het verlaten van de academische wereld. Not joking. Dit stuk van mij valt er dus ook onder te scharen.

Ontdek de voordelen van onbeperkte toegang >